Featured item: Vivi kijkt: Tyrannosaur
Vivi kijkt: Tyrannosaur
Thich Nhat Hanh: 'Bidden doe je met je met je lichaam, spraak, geest en manier van leven.' De personage James is een goed voorbeeld van hoe het níet moet. Lees meer »
Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst
- 28-07-2010
‘De mens is altijd méér dan hij denkt te zijn’
Werk van Joke J. Hermsen
NRC Handelsblad, Van onze verslaggever: Arjen Fortuin
De mens richt zich veel te veel op de klok, vindt Joke J. Hermsen (Middenmeer, 1961). Ze schreef een pleidooi voor de ‘tijd als duur’, een tijd die minder goed meetbaar is, maar die veel dichter bij ons staat en die noodzakelijk is voor het ontstaan van creativiteit. Na een interview over haar boek werd ze plotseling overladen met fanmail en bleek een essaybundel over Hawking, Bloch, Bergson, Woolf en Rothko een bestseller te kunnen worden. ‘’Demens is meer dan hij kan zeggen.’’ De filosoof en romanschrijver (De profielschets, De liefde dus) hoopt op verandering, te beginnen bij onze omgang met de tijd. ,,Het gaat erom duidelijk te maken dat het filosofisch en politiek noodzakelijk is dat we anders gaan leven.’’
In uw boek pleit u voor een leven dat niet gedomineerd wordt door de klok. Maar in onze gezamenlijke agenda’s was alleen een gaatje te vinden op maandag om twaalf uur. Is uw project mislukt?
'Haha, hier in de stad is het heel moeilijk vol te houden, al doe ik mijn best. Ik probeer 3 à 4 maanden per jaar weg te zijn, in Italië of Frankrijk. In het buitenland is het een stuk eenvoudiger om het rumoer van de wereld buiten te houden. Wanneer je in Nederland de radio van de buren hoort, spits je toch de oren. Voor een vreemde taal kun je je eenvoudiger afsluiten. Al lukt het me hier in Amsterdam steeds beter.'
Hoe doet u dat?
'Het belangrijkste is dat alle apparaten uitstaan. Geen computer, geen telefoon, geen radio, geen televisie. ’s Ochtends lees ik, luister ik naar muziek en schrijf ik. Dan doe ik in een paar uur veel meer dan vroeger in een hele dag. Afspraken, e-mail, lezingen en dergelijke komen pas na vier uur aan bod. Ik heb nu de vrijheid om zo te werken: mijn kinderen zijn zo groot dat ze hun eigen gang gaan, alleen op vrijdagmiddag geef ik nog filosofie op een middelbare school.'
‘Stil de tijd’ begint als een zelfhulpboek voor de gestresste moderne mens. In het woord vooraf beschrijft u hoe u in Zuid-Frankrijk ’s ochtends niet meer weet welke dag het is, veel meer luiert en ook harder werkt.
'Op zo’n dag is eigenlijk het enige wat vaststaat dat er gekookt moet worden en dat je door de hitte verplicht bent een siësta te houden. Een van de hypotheses in mijn boek is dat die rust een voorwaarde is voor het ontstaan van creativiteit. Je moet je hersenen ontledigen. Maar het propageren van een dagindeling is niet waar het me om gaat. Er zijn immers al boekenkasten vol over onthaasting en slow geschreven, er zijn pleidooien te over. Maar dat zijn doorgaans boeken met losse ideeën, boeken waarin proefballonnetjes worden opgelaten.'
U wilde iets anders.
'Tijd heeft een dubbel gezicht: er is de kloktijd, die onze dagen in gelijke, overzichtelijke partjes verdeelt, die voor een samenleving noodzakelijk zijn. Het is de tijd van de economie en het is de tijd van de macht. Controle over de tijd maakt duidelijk wie de baas is. Niet voor niets werd na de Franse Revolutie een nieuwe kalender ingevoerd. Ik heb wel eens het idee dat met het instellen van de Greenwich Mean Time eind 19de eeuw de globalisering is begonnen. Vroeger werd het leven van de mens veel meer bepaald door de seizoenen, was de aanduiding van tijd veel globaler. Ik heb me altijd veel met de 18de eeuw bezig gehouden. In brieven uit die tijd gaat het over ochtend, middag en avond. Preciezer wordt het niet.'
En dat is verloren gegaan.
'Naast de kloktijd is er een andere tijd, die veel dichter staat bij onszelf. Een tijd die zich niet laat meten, maar wel laat ervaren. De filosoof Henri Bergson noemt dat de ‘Tijd als duur’. Voor hem valt die samen met het ‘moi profond’, het dieper gelegen zelf. Dit zelf is niet bewust oproepbaar of herinnerbaar, maar herbergt wel onze meest unieke en particuliere geschiedenis: eigenlijk de som van alles wat we gevoeld, gedacht en ervaren hebben. Het Grieks maakt onderscheid tussen kronos, de meetbare tijd, en kairos. Ik wilde in mijn boek die twee gezichten van de tijd voor het voetlicht brengen. Pas als we ons ook van die andere tijd bewust worden, kan er iets veranderen. Die verbreding van de tijdervaring probeer ik te traceren bij wetenschappers, filosofen en kunstenaars als Bergson, Ernst Bloch, Virginia Woolf, Marcel Proust en Mark Rothko.'
Dat is geen lichte kost. Toch wordt nu de tiende druk van het boek voorbereid. Wat is er gebeurd?
'Dat succes kwam voor mij als een totale verrassing en voor de uitgeverij ook. Ik was in december op televisie in het boekenprogramma van Wim Brands, dat op zondagochtend wordt uitgezonden. We hadden een prettig en geanimeerd gesprek, wat kennelijk is overgekomen. De volgende maandag had ik 3.000 e-mails in mijn inbox.'
Drieduizend e-mails?
'Ja.' Lachend: 'En het boek was uitverkocht. Veel post kwam van mensen die bijvoorbeeld met een van de universiteiten volledig verdwenen filosoof als Bloch bezig zijn. Ik kreeg ook een brief van de oude componist Simeon ten Holt, aan wie ik ook een stuk in het boek wijd. En de post kwam vooral van heel veel mensen die zich in mijn verhaal herkennen. Bij lezingen houd ik mensen ook voor hoe verschillend die twee uur in een zaaltje voor elk individu verlopen: voor de een is het veel tijd, voor de ander weinig en voor mij is het ook weer anders. Of de tijdsbeleving die iemand had toen hij op 11 september naar de Twin Towers keek, in het besef dat wat er gebeurde historisch was en de gevolgen ongewis.'
De essays in het boek zijn in de loop van vele jaren ontstaan. Kunt u nog reconstrueren wanneer u gefascineerd raakte door het begrip tijd?
'Heel lang geleden, dat is een jeugdherinnering. Die heb ik beschreven in mijn roman De profielschets. Daarin staat hoe Det de Vries, die in dat boek als een alter ego van mij functioneert, als kind met Oudjaar steeds hetzelfde ritueel heeft. Vanaf haar tiende houdt ze een schrift bij, dat ze alleen op oudejaarsavond tevoorschijn haalt, waarschijnlijk om de magie van die avond te vergroten. Op de ene pagina beschrijft ze wat er in het afgelopen jaar is gebeurd, op de volgende wat ze hoopt dat er in het komende jaar gaat gebeuren.'
Wist ze aan het eind van het jaar nog wat ze aan het begin had geschreven?
'Meestal niet. De spanning nam in de loop van december steeds weer toe. De meest intense ervaringen waren die waarbij haar verwachtingen uitgekomen waren. Daarom ook kon ze eindeloos lang naar de witte bladzijden in het schrift staren, denkend aan de tijd die nog zou komen. Ze heeft het uiteindelijk tien jaar volgehouden.'
En u dus ook.
'Ja, ik ook.' En na een kleine pauze: ?Ik heb De profielschets recent herlezen, op zoek naar deze anekdote. Een van de dingen die ik óók tegenkwam was de hoofdstuktitel ‘Tijd is hoop’ Dat is een centrale gedachte in het werk van Ernst Bloch, maar die had ik nog helemaal niet gelezen toen ik De profielschets schreef.
,,Het liet mij weer zien hoe nadrukkelijk het thema altijd in mijn werk aanwezig is geweest, in mijn essays én in mijn romans. In mijn historische romans, zoals De liefde dus probeer ik de gebeurtenissen een dynamiek te geven waardoor ze het tijdsverschil overbruggen, het moeten geen boeken zijn die alleen maar over het verleden gaan.'
Een ander terugkerend element in uw werk, en in ‘Stil de tijd’, is creativiteit. In uw roman ‘Het dameoffer’ verovert een wetenschapster het vermogen om zelf te scheppen, om fictie te gaan schrijven. Wat heeft het werk aan ‘Stil de tijd’ u geleerd over creativiteit?
'Ik geloof dat mijn gedachten in al mijn boeken terugkeren naar hetzelfde punt. En dat is de tweestemmigheid van de mens; dat een bewustzijn van het verschil tussen ik en zelf nodig is om tot iets betekenisvols te komen. De mens is altijd méér dan hij denkt te zijn. Mijn werk aan het boek over de tijd heeft dat onderzoek verdiept.'
Hoe precies?
'Creativiteit is de samenspraak tussen ik en zelf, en die ontstaat vanuit het op elkaar betrokken worden van de kloktijd en de innerlijke tijd. Deze betrekking kan alleen vanuit rust, dat wil zeggen vanuit een pauze of intermezzo op de voortrazende klok ontstaan. Vandaar dat rust een voorwaarde is voor het denken, zoals de oude Grieken al wisten.'
In de loop van het boek komt de tijd als duur steeds dichter te staan bij wat in de filosofie het onzegbare wordt genoemd, bijvoorbeeld wanneer u schrijft over wat Mark Rothko in zijn schilderijen probeerde te vangen. Toch lijkt u religieus beladen termen als eeuwigheid te ontwijken.
'Niet helemaal hoor. In het stuk over Marcel Proust heb ik het over de eeuwigheidsglans die hij ervaart bij het genot van de mémoire involontaire — als hij bij het eten van de madeleine wordt weggevoerd naar zijn herinneringen. Dan is hij bevrijd van die ene tijd, van de kloktijd. De tijd voelt voor hem eindeloos, alsof de dood verdwenen is. Dat idee had hij niet van een vreemde. Henri Bergson was zijn zwager. Het staat ook dicht bij het werk van Ernst Bloch. Voor Bloch was de dood niet het doel van het leven, maar een steeds weer opnieuw beginnen. Ik merk zelf dat mijn gedachten over tijd en het onzichtbare steeds dichter bij klassieke noties van de ziel komen te staan.'
Er zijn mensen die dat God noemen.
'Men mag dat God noemen, al doe ik dat niet.'
Waarom niet?
Als je Nietzsche achter de rug hebt zoals ik, dan zie je die monotheïstische God niet meer zitten. Maar het probleem van veel humanisten, van mannen als Richard Dawkins, is dat ze allergisch zijn voor het onzegbare, voor elke vorm van transcendentie. Terwijl er onmiskenbaar een surplus in ons zit, iets eigens en persoonlijks. De vaderlijke god is wat mij betreft voorgoed verdwenen, maar dat betekent nog niet dat het verlangen ook verdwenen is. Integendeel. Zodra de mens erkent dat hij meer is dan hij kan zeggen, is hij in die Nietzscheaanse zin al een religieuze natuur. Reden waarom T.S. Eliot alle kunst een vorm van religie noemde. De mens is altijd met zijn tweeën. Hij leeft en in de wereld en in zichzelf, hij handelt en hij droomt, hij kijkt op de klok en hij peilt zijn ziel.’
Waar ziet u dat gebeuren?
'Er is een mooie anekdote over Andy Warhol en Mark Rothko, waarbij Warhol uitlegde wat hij met zijn Brillo-dozen probeerde te bewerkstelligen. Hij zei: ‘Ik wil uiteindelijk dat iedereen hetzelfde gaat denken.’ Voor Rothko was dat verbijsterend, hem ging het om precies het omgekeerde, hoe moeilijk dat ook te benaderen is. Het meest eigene is het meest onbewust. Als een filosofisch antropoloog probeer ik die tweestemmigheid van de mens te onderzoeken.'
En u probeert iets te veranderen.
'Om in te grijpen in een status quo heb je een bepaald bewustzijn nodig voor wat er ‘nog niet’ is, zoals je dat in de filosofie van Bloch tegenkomt.'
Bloch speelt een centrale rol in uw boek, maar van de universiteiten is hij nagenoeg verdwenen.
'Ach, die arme universiteit. Door bezuinigingen en veramerikanisering gaat het alleen nog maar om punten en het zo snel mogelijk klaarstomen van studenten voor een diploma. Voor Bildung is geen tijd, iedereen moet opschieten. De middelmaat regeert. Ook filosofen zijn volkomen afhankelijk van publicatie-rates, waarbij die publicaties ook nog in het Engels moeten zijn. Je krijgt het ene na het andere artikel in een soort steenkolenengels. Volgens mij is het absurd om alfawetenschap te bedrijven in een taal die niet je eigen taal is. Dan kun je je nóóit precies genoeg uitdrukken.'
U heeft jarenlang aan de universiteit gewerkt. Heeft dat u gehinderd in uw ontwikkeling?
'Nee hoor, het heeft me mijn leukste roman opgeleverd! De profielschets [over de ondergang van een ambitieuze en achterbakse wetenschapper] is het enige boek dat ik met een constante glimlach op mijn gezicht heb geschreven.'
Maar u bent daar niet gaan werken om materiaal voor een leuke roman te verzamelen.
'In Parijs, waar ik heb gestudeerd, kreeg je les van grootheden als Gilles Deleuze, daar was elk college een belevenis. Dáár bedacht ik dat ik een proefschrift wilde schrijven, eerder was ik daar nooit op gekomen. Terug uit Parijs kwam ik terecht bij Rosi Braidotti in Utrecht, dat was ook heel inspirerend.'
Blijft de vraag of de universiteit u gehinderd heeft.
'Ja en nee, dus. Toen ik eenmaal postdoc in Amsterdam werd heb ik met stijgende verwondering toegekeken, naar alle spelletjes die werden gespeeld en alle kritische geluiden die werden gesmoord. En naar de toenemende specialisatie. Er is geen groter gevaar voor de intellectueel dan de specialist.'
Ook de universiteit is ten prooi gevallen aan de kloktijd.
'Helemaal. Maar de universiteit is niet het belangrijkste. Het gaat erom duidelijk te maken dat het filosofisch en politiek noodzakelijk is dat we anders gaan leven. En soms lukt dat. De afgelopen maanden is het twee, nee, drie keer voorgekomen dat mensen me bij een lezing heel trots vertelden dat ze door mijn boek korter waren gaan werken.'
Note: Joke J. Hermsen: Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst. De Arbeiderspers, 272 blz. € 21,95. Deze zomer werkt Hermsen aan het essay voor de Maand van de Spiritualiteit (nov.)
© NRC Handelsblad
Social media
| Tweet |
Laatste nieuws
- Tijgers en leeuwen op menukaart in Bangkok
- 09-02-2012
- Singapore gaat Birma helpen moderniseren
- 31-01-2012
- Handelstekort Japan voor eerst sinds 1980
- 26-01-2012
- Chemicaliën vergiftigen Chinese rivier
- 30-01-2012
