Met open ogen het duister in
Met open ogen het duister in
Kunstmatig elektrisch licht is overal. Vind een kamer zonder lamp, een straat zonder lantaarn, en je krijgt van mij een rijksdaalder. Maar wat als (het) licht niet altijd beter is?
Met open ogen het duister in
- Auteur: Mick Hartman
- Geschreven op: 01-12-2011
- Reacties: 0
- Waardering: 2,7 Sterren





Kunstmatig elektrisch licht is overal. Vind een kamer zonder lamp, een straat zonder lantaarn, en je krijgt van mij een rijksdaalder – mits bewoond. Door onze comfortabel verwarmde, van alle gemakken voorziene huizen, en 24/7 beschikbare televisie en Internet, ervaren we niet meer, of steeds minder, de natuurlijke cyclus van de dag. Dat geldt het meest voor de avonduren, de schemering, het invallen van de duisternis. Zeker in de donkere wintermaanden wagen slechts weinigen zich nog buiten de deur, tussen vier en zes, of na het avondmaal. Behalve misschien om van A naar B, en terug, te reizen. Maar wat als (het) licht niet altijd beter is?
Op het traditiegetrouwe, nuchtere Scandinavische platteland was het einde van de middag een dagelijks, natuurlijk bezinnings- en verstillingsmoment. Men stond of zat letterlijk stil bij het geleidelijk wegebben van het daglicht. Bij het langzaam neer- en indalen van de duisternis. Dit afstemmen op het aanbreken van een ander deel van de dag, na verrichte arbeid en gedane zaken, had een subtiel doch diepgaand effect op de sfeer in huis, de staat van geest en het lichaam. Tegenwoordig noemen spiritueel-moderne Randstedelingen het vermoedelijk ‘meditatieve ontspanning’. Terwijl therapeuten allerhand waarschijnlijk zullen wijzen op het belang van verwerken-integreren-loslaten. Pauze nemen. Het psychosomatisch verteren van levenservaring, oud en nieuw, zoals ook gebeurt tijdens de slaap en droom.
Luisteren… Kijken…
Zomaar stil aanwezig blijven.
Even niets doen
Verder
Lippen op elkaar
De ogen open
Eer het licht en de duisternis
Door heel bewust
Bij en van
Hun overgang
Te zijn
Zonder je te richten
Op wat er in het licht verschijnt
Of in het donker verdwijnt
Hoeveel mensen zie je nog samen of alleen in stilte de schemering verwelkomen? – op de hei, in het park, op het strand, in hun voor- of achtertuin. Echt als een viering, een ritueel, een ode, een geschenk. Wie verstaat die kunst nog?
Waarom vinden velen van ons het zo onaangenaam, ongezellig, onnodig – oftewel ‘on-‘ van alles, om alleen te zijn in het donker? Heeft het te maken met de in ons kinderlijfje gegrifte angst opgegeten te worden door de grote boze wolf, door het monster onder ons bed? Hoe komt het dat mensen zich zo kwetsbaar en overgeleverd, zo onzeker voelen, wanneer het zicht ons in de steek laat? Waarom wanen we ons zo snel eenzaam en verlaten, wanneer we s ’avonds alleen door het koude, gure bos lopen?
Een schaduw achtervolgt me – of ben ik dat zelf? Voorzichtig. Vrees het valse schimmenspel niet. Ik hoor je wel, maar zie je niet. Wie ben je, onbekende? Wat wil je van mij? Pas op – de fantasie slaat op hol, niet langer voortdurend de kop ingedrukt door de werkelijkheid, die ja of nee zegt tegen je voor- en tegenstellingen. Zo belangrijk ben je nu ook weer niet – dat ieder geluidje, geritsel in de bladeren, krakende tak, echoënde voetstap, met jou te maken heeft.
Toch zitten de kou en de stilte me op de hielen. Wat moet ik anders? Wat kluistert jou aan de kachel met een hete mok? Voor wie verstop je je in het haardvuur? Doen alsof het niet donker is helpt uiteindelijk niet, helaas. Juist onder het schijnsel van een zonderlinge lantaarn, voel je je het ergst blootgesteld. Opgesloten in een bo(e)l verblindend licht, waar de rest wel ‘naar binnen’ kan kijken.
Adrenaline suist door de oren. Alsof je ieder ogenblik door een tijger besprongen kan worden. De bluf-boeddhist vouwt zijn handen in een lotus en herhaalt zwijgzaam: dit is voor al diegenen die ooit verkracht, vermoord, ontvoerd, beroofd zijn… Voor hen ben ik hier. Ik adem al hun smart en angst in, en mededogen uit - recht door mijn trillende hart en verkrampende spierstelsel heen.
Mijn gelaat verbleekt, alles ziet grauw en grijs. Warme, felle kleuren trekken weg, naar het noorden, of de grond in. Tussen het late ochtendgloren en vroege invallen van de nacht, slechts nog een zwak glimmend coconnetje, om me te verbergen tegen de tocht van het donker – verstikkend als zwarte rook.
Of hoeft het allemaal niet zo verschrikkelijk te zijn? Kan het ook anders? Is de duisternis misschien tevens een medicijn, dat geneest, dat heelt, dat reinigt, zodra we begrijpen hoe het te slikken? - hoewel soms bitter, zuur, scherp in de mond.
De stem in mijn hoofd steekt schril af tegen de sterrenhemel. Duisternis en de stilte relativeren dagelijkse beslommeringen, zorgen en de waarheid van het eigen verhaal. Het gaat niet om jou. Het gaat niet om mij. De stortvloed aan hersen-mind-spinsels van de automatische piloot verliest aan vanzelfsprekendheid. Zeker in het begin is dat een aardige schok – pijnlijk en confronterend. Te ontdekken dat de realiteit – pure perceptie – niet zo gek veel te maken heeft met jouw projecties en reacties. Wat wacht op jou na de laatste bladzijde van die interessante roman? Na het uitfloepen van het druk flikkerende scherm? In dat niemandsland tussen de laatst geanticipeerde activiteit van de dag en het bed.
Ja, de leegte. De leegte die ofwel in nihilisme, ofwel in bevrijding uitmondt.
In het donker verrijst alles wat het daglicht niet kan verdragen. Al wat verdrukt, ontkent, genegeerd is en wordt. Het ontembare geschreeuw en gekrijs, diep uit de jungle. Zwetend wakker worden, overvallen, gegrepen door het schurend bewustzijn te zullen sterven, en nooit, nooit terug te keren. De oerangst van het ego – de geest in de fles van het lichaam. Iedere onverwachte ontmoeting met De Ander (mens of dier) openbaart latent wantrouwen, niet langer in toom gehouden door sociale conventies.
Spartelend drijft het naar de oppervlakte. Dat we niet weten wie we zijn, wat we hier doen en waarom. De willekeur, toevallig- en oppervlakkigheid van onze bezigheden. Naakt in de sensatie ‘geen vaste grond onder de voeten te hebben’. Wezenloos. Dat er geen bodem, houvast of laatste
strohalm is - in geen van de windrichtingen. Spijt en wroeging, wat betreft verspilde tijd en energie, condenseert. Het essentiële laat zich niet meer zo gedwee bedwelmen door allerlei ‘gedoe’ en entertainment. Het eist onze aandacht. Het pakt ons bij de keel. Uitstel van executie is over.
Wat nu?
De schemering roerloos over je heen laten komen, als een sussende deken, zittend op een brug in het park, boven het water. Rust en acceptatie dringen langzaam door merg en been, terwijl de kou in je vingers trekt. Bij vlagen omhult door overgave, zoals nevel een boom, vlak voor de zon. Zacht starend verandert het landschap in contouren, zwart en wit.
Ongewild en moeiteloos wordt je opgenomen, in dat grotere geheel. Vredig te aanvaarden hoe klein ‘ik’ ben, en te beseffen dat ik niet alles bepaal, of onder controle heb. Dat geeft plots het gevoel ingebed te zijn, gedragen te worden door het natuurlijke dag-en-nacht ritme. Dat ik er niet hoogstpersoonlijk ook nog voor hoef te zorgen dat het nacht wordt, dat het weer dag wordt, dat de aarde om de zon en om haar eigen as draait. Dat het gewoon gebeurt, en dat we daar aan onderhevig zijn, op een goedaardige manier.
Ik weet dat soms alles beter lijkt, dat we alles liever willen, dan echt helemaal te stoppen. En ons overgeven aan het natuurlijke ritme van de dag, in plaats van zelf de dag onder de duim te houden, zelf de dag te plannen, zelf te bepalen wanneer het bedtijd is, wanneer het tijd is voor wat dan ook – of anders de klok. Het is moeilijk afscheid nemen, van deze dag, van elke dag. Want er is nog zo veel te doen, te regelen, af te handelen, te bereiken. Maar nu niet meer. Nu is het donker, en laten we ons innig omhelzen door het onbekende.
Daar ligt een grote schat. Net zoals aan het einde van de regenboog.
Social media
| Tweet |
Laatste artikelen
- Mick filosofeert: van ledenpop tot poppenspeler deel 2
- 17-05
-
- Als je mediteert, raken gedachten over gedachten, en gedachten over het lichaam langzaam op de achtergrond. Desondanks is er het lichaam, als ervaring. Wie of wat is dat?
- Emy voedt op: baas over de jeuk
- 10-05
-
- Emy's zoontje Julio heeft last van jeuk onder zijn gips. Kan meditatie helpen om zijn aandacht af te leiden?
- Radiocolumn Annewieke: Van hyena tot giraffe
- 03-05
-
- Voorlopig ben ik nog een beginner. Een soort hyena met een lange nek. Of een giraf die vals kan bijten.
- Jeroen leest: Krishnamurti
- 26-04
-
- ‘Als je ervoor gaat zitten om te mediteren, zal dat geen meditatie zijn. Als je er je best voor doet goed te zijn, zal goedheid nooit tot bloei komen.' Jeroen Maas bespreekt Krishnamurti.
- Mick filosofeert: van ledenpop tot poppenspeler deel 1
- 14-05
-
- Hoe vaak in je leven ben je gaan: verzitten, slikken, knipperen, snuiten, snuiven, plassen, poepen, fronzen, kriebelen, rekken, strekken, staan, liggen, eten, drinken, rusten, bewegen, poetsen, spoelen, wassen, slapen, zuchten, geeuwen, boeren, scheten, aankleden, uitkleden enzovoorts? En dat elke dag opnieuw..
- Radiocolumn Ferry: hoe bewust is bewust?
- 07-05
-
- 'Ik ben vandaag zo bewust, zo bewust, zo bewust, ik ben vandaag zo bewust, zo bewust was ik nog nooit!'
- Het zesde avontuur van Ego
- 30-04
-
- Lees de avonturen van onze eerste Bodhitv stripheld Ego! Door Rob Chrispijn en Frits Jonker. Deel zes.
- Fedde luistert: Geshe Pema Dorjee
- 23-04
-
- Niet schaden, anderen helpen, mededogen, liefdevolle vriendelijkheid: de thema's keren steeds terug. Gelukkig keren ze terug!

Reageer
Om te reageren moet je ingelogd zijn.
Meld je aan op de registratiepagina of log in.