Login

Mark mijmert: Kamperen in de kosmos

$article/block[@lang=$lang]/name

Mark mijmert: Kamperen in de kosmos
Mark verruilt zijn mooie woning in Amsterdam voor een (gezellige) logeerkamer bij een vriendin. Maar hij vindt het niet erg om te verhuizen 'van een groot appartement vol met "zooi", naar een klein kamertje' waar net zijn bed in past. Loslaten is de truc.

Mark mijmert: Kamperen in de kosmos

Mark de Jonge
Mark de Jonge


TIP: Zet de muziek aan, onderaan het artikel...


Ik heb een mooie woning aan de rand van een mooi park in Amsterdam. Het is er bijna altijd warm, omdat de zon er de hele dag op staat. Zelfs in de barre wintermaanden was het warm, zonder dat de CV aan stond: dwars door het appartement loopt een enorme verwarmingsbuis. Het is er heel stil en ik heb een zee van ruimte. Ik breng er veel tijd door, maar woon er niet meer. Ik heb het huis losgelaten, al zit ik er nog twee weken. Niet dat dat zonder slag of stoot ging…


Zooi
Sinds het nieuwe jaar ben ik op zoek naar een nieuw huis, maar ondanks vele halve opties ben ik geen steek verder. In dat zoeken is veel tijd en energie gaan zitten. Gelukkig kan ik bij een vriendin gaan logeren, die op zolder een logeerkamer heeft. Dat wordt gezellig, want het is een goeie vriendin die ik de laatste jaren veel te weinig heb gezien. Het betekent wel dat ik al mijn spullen elders zal moeten onderbrengen, met uitzondering van mijn bed, enkele kleren, een foto van mijn vriendin, en mijn gitaar waar ik nou eenmaal niet zonder kan.

In de tijd dat ik hier woonde heb ik me erg gehecht aan de spullen en de luxe die ik om me heen heb verzameld. Vol spanning kijk ik uit naar de grote verandering die me te wachten staat: van een groot appartement vol met ‘zooi’, naar een klein kamertje waar net mijn bed in past.
Ik vind het niet erg om in één klap van groot naar klein te gaan wonen, want soms heb ik ook het gevoel dat al die spullen als een last aan me hangen. Alsof ze tussen mij en mijn geluk in staan: gedachten die al die spullen oproepen, verstrooiende herinneringen, en sinds kort de zorgen over waar ik het allemaal kwijt moet. Daarbij hou ik er van om mezelf van het ene uiterste in het andere te gooien, omdat mijn geest dan fris blijft en open.

Toch wil het inpakken niet vlotten. “Ik wil gewoon alles weggooien en nooit meer een huis hebben” klaagde ik op Skype tegen een vriend. Soms lijkt het zo veel makkelijker om geen huis te hebben, en lekker oldskool als nomade van plek naar plek te trekken.

Geen zin hebben om die spullen in te pakken is een onzinnig verzet tegen het onvermijdelijke. Op het eind van de maand moet alles weg zijn en de woning leeg. En als ik naar mijn spullen kijk, springen er steeds weer dingen uit waar ik toch geen afstand van kan doen: mijn cd- en platencollectie bijvoorbeeld, en een schilderij dat iemand jaren geleden bij het grofvuil vond en dat sindsdien aan mijn muur hangt.

Dat zoeken

Zoeken naar een woning in Amsterdam is vooral zoeken naar het toeval. Ik begon met ongeveer iedereen die ik tegenkwam te vragen of ze iets wisten dat vrij zou komen. Omdat ik nu 12 jaar in Amsterdam woon en de nodige studentenblues-taferelen heb meegemaakt, wil ik niet meer op kamers wonen. Dus het moest iets zijn met minstens 2 kamers. Het is ongelofelijk hoeveel ‘misschien-opties’ de revue hebben gepasseerd. Aanvankelijk reageerde ik hoopvol, en inmiddels zeer terughoudend, om mezelf voor teleurstellingen in te dekken. Het proces verloopt hetzelfde als toen ik op zoek ging naar werk, met mijn diploma op zak: aanvankelijk enthousiast met iedere reactie, denkend ‘dat gaat makkelijk!’ en uiteindelijk met lege handen blijvend. 

De kosmos
De teleurstellingen waren de afgelopen maanden zo aanhoudend en veelvuldig dat ik er toe kwam helemaal geen huis meer te willen. Al mijn spullen wegdoen, en uit een tas levend bij vrienden en bekenden aankloppen leek mij het beste idee. Het kostte weinig moeite er een theoretische motivatie omheen te bouwen: huizen zijn slecht, de muren houden de wereld buiten alsof het een eng monster is, terwijl je alleen maar kunt leven door je vol overgave in de wereld te storten, zonder huis dus. Wanneer mensen meewarig reageerden wanneer ik zei niks gevonden te hebben, zei ik: “ach, een huis, die vier muren en een plafond, zijn alleen maar metaforisch. Je woont al ergens, namelijk in de kosmos, en je lichaam is je huis. Je kunt niet eens niet ergens wonen.”

'Nee jongen, nog steeds niks'
Hoe onwaar die stoere uitspraak op momenten voelde, bleek uit de wanhoop waarmee ik bleef zoeken, en uiteindelijk – naast manisch de woningnet-website in de gaten te houden – de oude supermarktmethode ging aanwenden. Het voelde alsof ik weer als jonge frisse knul net in de stad was gearriveerd; over een week zou een spannende nieuwe studie beginnen en ik was op zoek naar een kamer. Het enige verschil met toen: op ieder briefje schreef ik ‘Geen student’. De reacties op de supermarktbriefjes waren allemaal van mensen die ‘slechts’ één kamer te huur hadden, gemeubileerd en wel. Ik wilde nou juist niet in een kamer wonen, en daarbij: wat moest ik dan alsnog met al mijn spullen? Ook bij de antikraak-stichting, waarvan ik had gedacht die nooit meer nodig te hebben, schreef ik me opnieuw in, waarna ik ze plat ging te bellen met de vraag of ze iets hebben. De dagelijks terugkerende mededeling sindsdien is “Nee jongen, nog steeds niks”.

Kamperen
Heerlijk is dat ‘niks’. Want ‘niks’ is altijd iets. Sterker nog: alleen niks is alles. Het leven heeft me weer een mooie les geleerd: de enige mogelijkheid om vooruit te komen is loslaten, loslaten, loslaten. Het loslaten van mijn verwachtingen en dus teleurstellingen, van mijn oude huis en van al mijn spullen. Gelukkig heb ik eerder uit een tas geleefd en een tijdje rondgezworven, dankbaar gebruik makend van de logeeropties bij mijn geweldige vrienden. Mijn ervaring is, net als bij kamperen, dat het in die omstandigheden veel duidelijker wordt wat het leven is dat ik leid, omdat de impact ervan niet verstopt is achter allerlei vormen van schijncomfort. Soms lijkt het loslaten van mijn mooie rustige woning en mijn spullen op het afsluiten van een oud leven, en de reïncarnatie in een nieuw begin. Voortdurend loslaten leert me om als een vrije geest rond te bewegen, en daarbij: rondstruinen is zo erg nog niet, met de ontluikende lente.

 
House rent boogie – John Lee Hooker

Om dit audio-bestand te kunnen beluisteren heeft u de flash player en JavaScript ondersteuning nodig.

Social media

Reacties op dit artikel

fijn man. ben een beetje jaloers :)
en je woont fantastisch hoor

Reageer

Om te reageren moet je ingelogd zijn.
Meld je aan op de registratiepagina of log in.

Laatste artikelen

Vivi kijkt: Tyrannosaur
09-02
Vivi kijkt: Tyrannosaur
Thich Nhat Hanh: 'Bidden doe je met je met je lichaam, spraak, geest en manier van leven.' De personage James is een goed voorbeeld van hoe het níet moet.
Jeroen leest: Aung San Suu Kyi
02-02
Jeroen leest: Aung San Suu Kyi
In 1988 keerde Aung San Suu Kyi terug naar Birma, met als aanleiding haar zieke moeder. Het resultaat van haar terugkeer: een revolutie.
Zelfcompassie: Interview met Kristin Neff
26-01
Zelfcompassie: Interview met Kristin Neff
Dat zelfcompassie de sleutel is naar geluk, weet psychologe en boeddhist Kristin Neff (1966) als geen ander. Daarom schreef ze er een boek over: Zelfcompassie, stop jezelf te veroordelen
Op pad met Trix….naar de Shambhala inspiratiedag
19-01
Op pad met Trix….naar de Shambhala inspiratiedag
Als we onszelf met zachte aandacht terugbrengen naar het hier en nu, zijn we wakker. Op dat moment is bodhicitta aanwezig: ‘ontwaakt hart’.
Ferry's Radiocolumn: de nieuwe Boeddha
06-02
Ferry's Radiocolumn: de nieuwe Boeddha
Stel je voor dat er echt iemand zou opstaan als zijnde de nieuwe Boeddha. Wie zou hem geloven? En wanneer zou je hem geloven?
Fedde luistert naar: Lama Jigmé Namgyal
30-01
Fedde luistert naar: Lama Jigmé Namgyal
'Wat denk je mee te kunnen nemen? Je auto? Je creditcard? Spirituele beoefening is het enige waar je aan het eind van je leven wat aan hebt'
Jacinta in NZ: niet gemaakt om alleen te zijn
23-01
Jacinta in NZ: niet gemaakt om alleen te zijn
'Het voelt fijn om er niet alleen voor te staan, maar hand in hand het avontuur aan te gaan. Maar dan vraag ik mij af: ben ik afhankelijk van hem geworden voor mijn geluk, of heb ik gewoon de ware gevonden?'
Op zoek naar vrijheid
16-01
Op zoek naar vrijheid
Vrij zijn willen we allemaal wel, graag zelfs. Het is dan ergens ook niet verrassend dat we onze vrije tijd – voor Fedde was het de zomervakantie – gebruiken om verder te zoeken naar vrijheid.

Pagina 1 | 2 | 3 | .. | 58