Vukeleku! Word wakker met de VU! Geertje den Oudsten
Vukeleku! Word wakker met de VU! Geertje den Oudsten
Essays van studenten van het vak Oosterse Filosofie aan de VU worden deze week op Bodhitv gepubliceerd. Geertje den Oudsten
Vukeleku! Word wakker met de VU! Geertje den Oudsten
- Auteur: Gastauteur Bodhitv
- Geschreven op: 22-06-2009
- Reacties: 0
- Waardering: 2,8 Sterren





Zonder zelf of onzelfzuchtig?
Door Geertje den Oudsten
Het idee dat er geen zelf bestaat is fundamenteel voor het boeddhisme,
en het komt in alle stromingen op steeds verschillende manieren terug. De
teksten van de Pali-canon beschrijven de mens aan de hand van de vijf groepen
van de persoon: lichaam, gewaarwording, waarnemingen, opwellingen en
bewustzijn. Geen enkele tekst bevat een aanwijzing voor een ander onderdeel van
de persoon. Deze vijf groepen kunnen geen van alle een zelf zijn, omdat ze
allemaal leedvol, veranderlijk en vergankelijk zijn, eigenschappen die een
eeuwig zelf niet kan hebben.
Uit deze redenering trekt de Boeddha de conclusie dat de mens geen eeuwige ziel of zelf (atman) heeft. Hiermee bedoelde de Boeddha, volgens theravada-boeddhisten, niet dat mensen eigenlijk helemaal niet bestaan, maar slechts dat mensen geen atman hebben, een concept uit de hindoeïstische filosofie van een eeuwige kern in de mens die wedergeboren wordt. De mens bestaat wel, maar slechts als samenspel van de vijf groepen.[1] Een naam of het woord 'mens' is een manier van aanduiden van het empirische verschijnsel, niet van een zelf dat daarbij hoort: 'Even as the word of 'chariot' means that members join to frame a whole; so when the groups appear to view, we use the phrase 'a living being''[2].
De problemen ontstaan wanneer mensen zich te veel met de vijf groepen of met andere dingen buiten de persoon gaan identificeren, en daardoor onterecht gaan denken dat ze een zelf zijn met een eigen identiteit. Dit veroorzaakt gehechtheid aan samsara, wat uiteindelijk slechts lijden zal voortbrengen. Sogyal Rinpoche, een Tibetaanse lama uit de Nyingma-traditie, geeft een beschrijving van wat deze identificatie vandaag de dag betekent: 'We geloven in een persoonlijke, unieke en afzonderlijke identiteit, maar als we de moed opbrengen om deze identiteit te onderzoeken, merken we dat die volledig afhankelijk is van een eindeloze verzameling dingen: onze naam, onze 'biografie', onze partners, familie, huis, baan, vrienden, bankpasjes…'[3]. Deze verwarring maakt mensen egoïstisch: ze willen krampachtig vasthouden aan hun idee van een zelf, en ze proberen dit zelf in stand te houden.
Kunnen mensen die geloven in het bestaan van een zelf dan niet anders dan egoïstisch handelen, zijn zij bijvoorbeeld niet in staat tot mededogen? Nee, zegt men in het boeddhisme. Handelen met de achterliggende gedachte van het bestaan van een zelf is gericht op eigen belangen: de vervulling van eigen verlangens, instandhouding van het lichaam, en vergroting van het eigen bezit, bijvoorbeeld. De instandhouding van het zelf brengt lijden met zich mee, hoewel de consumptiemaatschappij het aanprijst als weg naar geluk. In plaats daarvan zorgt het voor angst, vanwege de vergankelijkheid van de onderdelen waar het zelf uit is opgebouwd, en daarnaast kan het verkrijgen van bezit een verslaving worden.[4]
Op het moment dat mensen echter inzien dat alle onderdelen waaruit zij hun zelf opbouwen eigenlijk geen zelf bevatten, ligt de weg naar verlichting voor hen open. Dit ondermijnt namelijk de oorzaken voor samsara; begeerte, haat en verblinding, omdat deze allemaal voortkomen uit gerichtheid op het zelf. En wat blijft er dan over in nirvana? Geen idee van een zelf, geen gehechtheid aan vergankelijke dingen. Het belangrijkste kenmerk van iemand die nirvana heeft bereikt is gelijkmoedigheid: hij lijdt niet meer aan de dingen die hem (of haar) overkomen. Daarnaast kan de verlichte wel nog eigenschappen hebben die niet met samsara verbonden zijn, zoals liefdevolle vriendelijkheid, mededogen en wijsheid.[5] Sterker nog, deze eigenschappen kunnen pas in nirvana echt goed ontwikkeld worden, omdat ze dan niet meer in de weg gestaan worden door negatieve emoties. Echt mededogen kan dus pas in nirvana bestaan, en is zelfloos en ongehecht.
Op het eerste gezicht is hier sprake van een paradox: want voor mededogen is toch juist gehechtheid aan iemand nodig? Jotika Hermsen, een lerares in de vipassana-traditie die in 2005 van de VN een ‘Outstanding Woman in Buddhism Award’ kreeg voor haar inzet voor vrouwenrechten binnen het boeddhisme, legt in haar boekje Botox of Boeddha? goed uit waarom gehechtheid alleen maar een sta-in-de-weg is: 'In medelijden (de gehechte tegenhanger van mededogen) komt daarentegen onze eigen pijn naar voren. (…) We gaan met de ander, die pijn heeft, in de put zitten. We worden ook verdrietig of klagend en kunnen dan niet meer effectief helpen. In medelijden zijn we onbewust bezig met onszelf. Het is een gevolg van gehechtheid en vaak spelen verborgen motieven een rol. We willen bijvoorbeeld graag dat iemand ziet hoe goed we zijn, hoe goed we kunnen helpen'[6].
De mens die gelooft in de illusie van een zelf kan, volgens de boeddhistische leer, dus niet anders dan gehecht en egoïstisch handelen. Om echt mededogen te kunnen bereiken, moet de illusie als een zeepbel worden doorgeprikt. Maar is dit zo? Als ik ga zoeken naar de motieven achter mijn 'goede daden', merk ik dat er inderdaad vaak een vorm van eigenbelang meespeelt: ik wil waardering, aardig gevonden worden, ik houd van iemand omdat ik zijn of haar liefde terug wil, ik wil een vriend uit de put helpen omdat het voor mij veel leuker is als hij vrolijk is, of ik wil gewoon een goed gevoel hebben over mijn eigen geweldige altruïsme. Achter elke ogenschijnlijke uiting van mededogen, is uiteindelijk eigenbelang te vinden.
Daarmee is nog niet bewezen dat voor mededogen ontkenning van het zelf nodig is; misschien kan, een ander of ikzelf, het ook wel mét een idee van zelf. Wat moeten we bijvoorbeeld met Moeder Theresa, die zich het grootste deel van haar leven heeft ingezet voor anderen vanuit een christelijke levensvisie? Zij zal het bestaan van een zelf niet ontkend hebben, maar ze deed dit alles niet omdat ze er zelf zo veel beter van werd. Hoewel ik natuurlijk niet kan beoordelen welke motieven Moeder Theresa had voor haar handelen, denk ik dat ik dit kan bestempelen als mededogen. Het was niet zelfloos. Wel was het onzelfzuchtig, niet ingegeven door begeerte, haat en verblinding. Het lijkt er dus op dat mededogen ook kan bestaan zonder het bestaan van een zelf te ontkennen.
Daarom geloof ik dat waarachtig mededogen wel altijd onzelfzuchtig is, maar niet per se zelfloos hoeft te zijn. Van het boeddhisme kunnen we echter wel leren dat het goed is om te kijken naar de verborgen motieven achter onze daden van mededogen, en ook kan het geen kwaad om eens te kijken naar de motieven voor het níet doen van iets goeds. Als we de uit egoïsme voortkomende impuls om niet mededogend te handelen voortaan eens laten voor wat hij is, denk ik dat we een hoopvolle toekomst tegemoet gaan.
Beste Geertje,
Zoals je zelf al aangeeft kan in de
Theravada-opvatting echt mededogen pas in nirvana bestaan: de nadruk ligt
daarom op het ontwikkelen van wijsheid zodat onwetendheid wordt opgeheven. In Mahayana
daarentegen moeten wijsheid en mededogen samen worden beoefend; ze versterken
elkaar en vormen zo een opwaartse spiraal. Het maakt niet uit bij welke van de
twee je begint. Je kunt dus inderdaad heel goed beginnen met mededogen te
beoefenen zonder het bestaan van een zelf te ontkennen. Juist door die
beoefening van mededogen zul je meer loskomen van je identificatie met je eigen
ik. En als je wijsheid toeneemt zal ook je mededogen zich verder verdiepen en
met minder eigenbelang gepaard gaan.
André van der Braak
André van der Braak is verbonden met het Zen Centrum Amsterdam
Illustratie boven: Marijn van der Waa
Dit artikel bevat oorspronkelijk voetnoten. Deze kunt u opvragen bij Anne Kleisen:a.kleisen@boeddhistischeomroep.nl

Social media
| Tweet |
Laatste artikelen
- Vivi kijkt: Tyrannosaur
- 09-02
-
- Thich Nhat Hanh: 'Bidden doe je met je met je lichaam, spraak, geest en manier van leven.' De personage James is een goed voorbeeld van hoe het níet moet.
- Jeroen leest: Aung San Suu Kyi
- 02-02
-
- In 1988 keerde Aung San Suu Kyi terug naar Birma, met als aanleiding haar zieke moeder. Het resultaat van haar terugkeer: een revolutie.
- Zelfcompassie: Interview met Kristin Neff
- 26-01
-
- Dat zelfcompassie de sleutel is naar geluk, weet psychologe en boeddhist Kristin Neff (1966) als geen ander. Daarom schreef ze er een boek over: Zelfcompassie, stop jezelf te veroordelen
- Op pad met Trix….naar de Shambhala inspiratiedag
- 19-01
-
- Als we onszelf met zachte aandacht terugbrengen naar het hier en nu, zijn we wakker. Op dat moment is bodhicitta aanwezig: ‘ontwaakt hart’.
- Ferry's Radiocolumn: de nieuwe Boeddha
- 06-02
-
- Stel je voor dat er echt iemand zou opstaan als zijnde de nieuwe Boeddha. Wie zou hem geloven? En wanneer zou je hem geloven?
- Fedde luistert naar: Lama Jigmé Namgyal
- 30-01
-
- 'Wat denk je mee te kunnen nemen? Je auto? Je creditcard? Spirituele beoefening is het enige waar je aan het eind van je leven wat aan hebt'
- Jacinta in NZ: niet gemaakt om alleen te zijn
- 23-01
-
- 'Het voelt fijn om er niet alleen voor te staan, maar hand in hand het avontuur aan te gaan. Maar dan vraag ik mij af: ben ik afhankelijk van hem geworden voor mijn geluk, of heb ik gewoon de ware gevonden?'
- Op zoek naar vrijheid
- 16-01
-
- Vrij zijn willen we allemaal wel, graag zelfs. Het is dan ergens ook niet verrassend dat we onze vrije tijd – voor Fedde was het de zomervakantie – gebruiken om verder te zoeken naar vrijheid.

Reageer
Om te reageren moet je ingelogd zijn.
Meld je aan op de registratiepagina of log in.