Vukeleku! Word wakker met de VU! Aad Hofland
Vukeleku! Word wakker met de VU! Aad Hofland
Essays van studenten van het vak Oosterse Filosofie aan de VU worden deze week op Bodhitv gepubliceerd. Aad Hofland
Vukeleku! Word wakker met de VU! Aad Hofland
- Auteur: Gastauteur Bodhitv
- Geschreven op: 22-06-2009
- Reacties: 0
- Waardering: 2,9 Sterren





Het werkelijk kennen van vergankelijkheid, een wereldse omhulling van dit leven, leidt naar de uiteindelijke waarheid
Door Aad Hofland
Dit
bestaan van ons is zo vluchtig als herfstwolken
Geboorte en dood van wezens lijken bewegingen van een dans
Een leven is als een bliksemschicht aan het firmament
Voorbijrazend als een stroom van een steile berg (Boeddha)
Boeddha, die zich als
opdracht had gesteld tot de opheffing van het leed via de vier edele waarheden
en het achtledige pad, was zeer sterk getroffen door de vergankelijkheid van
alle dingen.
Hij vond uiteindelijk alleen
vergankelijkheid, leed en substantieloosheid, hoe diep hij ook in het wezen van
de dingen schouwde. De personen en de dingen die wij waarnemen zijn
samengesteld en zullen eens in hun samenstellende delen uiteenvallen. Geen van
die dingen is het eigenlijke wezen van een persoon of een ding. Er is dus niet
zoiets als een ziel, die na de dood onveranderd aan een nieuw leven zou kunnen
beginnen. In deze wereld van ontstaan en vergaan werkt volgens Boeddha het
karma. Het schept een bestaan waarin een samengestelde, dus veranderdelijke,
persoon de vruchten van oud karma plukt en nieuw karma voortbrengt. (Ensink
2005:13)
De dood geeft wel heel sterk de meest ultieme vergankelijkheid van dit leven aan. Het meest definitieve in een mensenleven. De enige realiteit of zekerheid in ons leven is de dood. Die komt, maar wanneer weten we niet. We proberen de dood uit te stellen. Jongeren denken vaak niet aan de dood, ze verkeren immers nog in de ‘eeuwige jeugd”. Ze zijn met van alles bezig. Zij zijn zich er nog niet echt van bewust. Ouderen worden meer in hun omgeving geconfronteerd met de dood, ze zijn er meer mee bezig, maar dat is in feite niets anders dan inherent aan de levensfase waarin ze verkeren. Maar, het lichaam is vergankelijk en zal uiteenvallen, zoals boeddha ons volgens de overlevering vertelt.
Eén van de 5 groepen (upadanakkhandha): het lichaam (Schumann 1996: 79-82) is een fysiek lichaam, dat uit beenderen, pezen, vlees en huid gevulde ruimte bestaat. Of zoals (Rinpoche 2002:20) zegt: “Er is een Tibetaans woord voor lichaam lü, dat letterlijk betekent ‘iets dat je achterlaat’, zoiets als bagage.”
De vergankelijkheid van de vijf groepen en verder de tijdelijkheid van alle dingen, is het hoofdthema van de boeddhistische literatuur. Als al de vijf groepen aan verval onderworpen zijn, bewijst dat, dat er niets in of van de mens is dat de dood overleeft: geen van de vijf groepen, waaronder het lichaam, is, wegens zijn vergankelijkheid, een zelf, een ik of een ziel.
Vergankelijkheid, leedvolheid en afwezigheid van een zelf, dit zijn de ‘drie kenmerken’ (tilakkhana) van het individu en de wereld.
(Bor 2008:89) Vasubandhu stelt, dat de vergankelijke werkelijkheid ontstaat door karmische causaliteit. Hij ziet ontstaan als een overgang van niet-zijn naar zijn, en vergaan als het omgekeerde. Al wat veroorzaakt wordt, vergaat onmiddellijk, kent maar een vluchtig moment, gelijk aan een bliksemschicht aan het firmament. We sluiten dus onze ogen voor de vergankelijkheid van het leven.
Een van de voornaamste redenen waarom wij zoveel angst en moeite hebben om de dood onder ogen te zien, is dat we de realiteit van de vergankelijkheid negeren. We willen zo wanhopig graag dat alles doorgaat zoals het is, dat we moeten geloven dat dingen altijd het zelfde blijven. Er zit volgens de filosoof Schopenhauer een ongekende, ongebreidelde, woeste wil in de mens om te blijven voortbestaan. Hij wijst ook op de ongelofelijke angst van de mens in levensgevaar en de grenzeloze vreugde wanneer deze wordt gered. (Rinpoche 2002:25) En zo blijven we in de greep van dit omhulde leven.
Samsara, de eeuwige vicieuze kringloop op basis van karma, vraagt om een doorbraak. Als je het leven serieus neemt, dan realiseer je je dat uiteindelijk alles vergankelijk is in dit leven. Ik denk dat wij de sleutel moeten vinden van een gelukkig evenwicht in het moderne leven en dat is: eenvoud. Niet dus dat praktisch bezig zijn, waarover we in het Westen de mond van vol hebben. Nee, het praktisch zijn in het Westen is vaak egoïstisch en kortzichtig. Die kortzichtige blik op dit leven is de grote misleiding, een bron van kil materialisme. De dood past daar niet bij, dat is een stoorzender in de verdere praktische ontwikkeling. Maar als we zo praktisch bezig zijn moeten we minstens proberen de mogelijkheid van een leven na de dood te onderzoeken. Waar ligt onze ‘echte’ toekomst? Na een leven van ongeveer honderd jaar ligt die in de eeuwigheid, die nog onverklaard voor ons ligt... (Rinpoche 2002:23)
Volgens mij gaat er uiteindelijk om dat je je echt afvraagt wat je werkelijk tot stand hebt gebracht in dit vergankelijke leven. Bijna-doodervaringen geven vaak aan een beleving van de daden (karma) en het effect ervan op anderen en het ervaren van gevoelens die hun daden teweeg hebben gebracht. Rinpoche vertelt over zo’n ervaring van een vrouw die ‘besefte dat ieder mens naar de aarde wordt gestuurd om bepaalde dingen te leren en te verwezenlijken en om te beseffen dat alles wat je in je leven doet, vastgelegd wordt en later altijd weer terugkomt”
Zelf ken ik uit mijn omgeving een verhaal van een oom die bijna verdronken is en dan ‘de film van zijn leven’ heel snel aan zich voorbij zagen trekken. Ook het verhaal van een kennis wiens stervende oma voor haar verscheiden zegt: ‘O, zit het zo?” Lijken deze zaken niet op het verkrijgen van diepere inzichten, zelfs misschien een verlichtingsmoment, of mogelijk het kennen van je volgende bestemming op basis van karma? De gedachte aan de dood is een belangrijk thema in de boeddhistische leer. Door de gedachte aan de vergankelijkheid leert men dat het absurd is zich te hechten aan vergankelijke dingen en zich op te winden over zaken die voorbijgaan. De laatste gedachten bij het sterven zijn belangrijk omdat die van invloed is op de plaats van de wedergeboorte. (Hoekstra en Kranenburg 2001:388)
‘Eenvoud’ is wat in het boeddhisme bedoeld wordt met discipline: doen wat passend of juist is: dat betekent, in deze uitermate ingewikkelde tijd, ons leven vereenvoudigen. Dat geeft innerlijke rust. Je krijgt meer tijd voor zaken, die de geest betreffen, en voor het verwerven van kennis, die alleen spirituele waarheid je kan geven, ons leven vereenvoudigen. Dat geeft innerlijke rust. Het gaat in dit leven, waarin alles vergankelijk is, om eenvoud, maar ook een leven dat zich richt op het verkrijgen van diepere kennis en inzichten, wat uit zou moeten monden in het ontkomen aan de bijna eeuwige kringloop van leven en dood.
Als je je dus realiseert waar het bij vergankelijkheid om gaat, dan leidt dat er volgens Rinpoche toe, dat je je elk moment van de dag realiseert dat je net als iedereen en alles, zal sterven en dat je uit dien hoofde alle wezens altijd met compassie tegemoet moet treden. En als je daarnaast een besef van dood en vergankelijkheid hebt ontwikkeld dat zo scherp en intens is geworden dat je elke seconde wijd aan het streven naar verlichting, dan besef je werkelijk wat vergankelijkheid is, dan breekt het inzicht door in de uiteindelijke waarheid, een waarheid die onuitsprekelijk is.
Beste Aad,
Bedankt voor je doorwrochte betoog over
vergankelijkheid. Daar is geen speld tussen te krijgen; ik vond het een
indrukwekkend essay. Wat me opviel, is dat je perspectief vrij streng is. Daar
wil ik niets aan afdingen, maar er zou iets aan toegevoegd kunnen worden. Waar
ik je toe zou willen verleiden, is tot het toelaten van een poëtisch
perspectief - of liever een perspectief dat zich in dit geval via poëzie aan
ons voordoet. Het gaat volledig samen met de eenvoud waar je op uitkomt;
eenvoudiger kan het eigenlijk niet. Het is het perspectief van de haiku’s,
drieregelige versjes, meestal over de natuur, met respectievelijk vijf, zeven
en vijf lettergrepen, en geïnspireerd door zen.
Op de sla en
middenin de soep, vallen
de kersenbloesems.
Dit is een haiku van de beroemde dichter
Basho, 17e eeuw. Daar heb je het, vallende kersenbloesems,
vergankelijkheid en schoonheid tegelijk! Het is dus mogelijk om uit
vergankelijkheid vreugde te putten. Het hoeft niet altijd vreugde te zijn:
Die woedende wesp!
Hij stak de stenen Boeddha
nog eens en nog eens.
Maar dan toch iets wat er dichtbij ligt:
humor en plezier. Het doet bijvoorbeeld goed een dier te zien dat net zo dom is
als de mens (want een ezel stoot zich maar eenmaal aan dezelfde steen). Denk niet dat dit poëtische schwärmerei is.
Het vroege boeddhisme heeft de bewustzijnsstaten van een boeddha geanalyseerd,
en de meeste zijn vreugdevol, behalve de allerhoogste, waar je zelfs dat niet
meer van kunt zeggen, omdat ze zich aan elke karakterisering onttrekken. Schoonheid is natuurlijk gevaarlijk: je hebt
de neiging “je te hechten aan vergankelijke dingen”, zoals je schrijft. Maar
als je merkt dat je dat doet, kan dat (en humor) je redden:
Roze hibiscus
in bloei langs de landweg! Maar
mijn paard at hem op.
De grote zen-leraar Butcho was zo onder de
indruk van dit vers, dat hij Basho aannam als zijn leerling. Haiku’s zijn
misleidend eenvoudig: de eenvoud is van een ontzaggelijke gelaagdheid en diepte.
Je kunt je bijvoorbeeld de woede van Basho voorstellen toen dat stomme beest,
voor hij er iets aan kon doen, die hibiscus opvrat. En je voelt dat de dichter
om zijn haiku te kunnen schrijven, bijna alle tegenstrijdigheden die zich bij
die gelegenheid voordeden, heeft moeten verzoenen: de weg van het midden.
Eenvoud is inderdaad het kenmerk van het
ware.
Meino Zeillemaker
Meino Zeillemaker is verbonden aan het Shambhala centrum Amsterdam
Illustratie boven: Marijn van der Waa
Dit artikel bevat oorspronkelijk voetnoten. Deze kunt u opvragen bij Anne Kleisen:a.kleisen@boeddhistischeomroep.nl

Social media
| Tweet |
Laatste artikelen
- Vivi kijkt: Tyrannosaur
- 09-02
-
- Thich Nhat Hanh: 'Bidden doe je met je met je lichaam, spraak, geest en manier van leven.' De personage James is een goed voorbeeld van hoe het níet moet.
- Jeroen leest: Aung San Suu Kyi
- 02-02
-
- In 1988 keerde Aung San Suu Kyi terug naar Birma, met als aanleiding haar zieke moeder. Het resultaat van haar terugkeer: een revolutie.
- Zelfcompassie: Interview met Kristin Neff
- 26-01
-
- Dat zelfcompassie de sleutel is naar geluk, weet psychologe en boeddhist Kristin Neff (1966) als geen ander. Daarom schreef ze er een boek over: Zelfcompassie, stop jezelf te veroordelen
- Op pad met Trix….naar de Shambhala inspiratiedag
- 19-01
-
- Als we onszelf met zachte aandacht terugbrengen naar het hier en nu, zijn we wakker. Op dat moment is bodhicitta aanwezig: ‘ontwaakt hart’.
- Ferry's Radiocolumn: de nieuwe Boeddha
- 06-02
-
- Stel je voor dat er echt iemand zou opstaan als zijnde de nieuwe Boeddha. Wie zou hem geloven? En wanneer zou je hem geloven?
- Fedde luistert naar: Lama Jigmé Namgyal
- 30-01
-
- 'Wat denk je mee te kunnen nemen? Je auto? Je creditcard? Spirituele beoefening is het enige waar je aan het eind van je leven wat aan hebt'
- Jacinta in NZ: niet gemaakt om alleen te zijn
- 23-01
-
- 'Het voelt fijn om er niet alleen voor te staan, maar hand in hand het avontuur aan te gaan. Maar dan vraag ik mij af: ben ik afhankelijk van hem geworden voor mijn geluk, of heb ik gewoon de ware gevonden?'
- Op zoek naar vrijheid
- 16-01
-
- Vrij zijn willen we allemaal wel, graag zelfs. Het is dan ergens ook niet verrassend dat we onze vrije tijd – voor Fedde was het de zomervakantie – gebruiken om verder te zoeken naar vrijheid.

Reageer
Om te reageren moet je ingelogd zijn.
Meld je aan op de registratiepagina of log in.