Anoniem mededogen
Anoniem mededogen
Hoeveel compassie heb jij voor je anonieme medemens? Mick Hartman laat zijn licht schijnen over het hoe en waarom van onze onverschilligheid.
Anoniem mededogen
- Geschreven op: 15-12-2008
- Reacties: 2
- Waardering: 2,9 Sterren





Anoniem mededogen voor de massa(mens)
Al die mensen, op het perron, wachtend op de trein. Ik, ben één van hen. Een spoor is tegelijkertijd vertrek- én aankomstpunt: een plaats van voortdurende af- en aanvoer van drommen passagiers. Het scharnier ook waar dagelijks ontelbare forenzen het station in- en uitstromen - de koevoet van het openbaar vervoer. Daar komt de trein aan- en uitrollen, over de rails - met de machinist op kop, die aan de rem trekt en het voertuig piepend tot stilstand brengt. De zojuist gearriveerden verlaten hun plekken en banen zich een eenmanspaadje door de zee van mensen die zich buiten reeds voor de deuren verdrongen (en strategisch gepositioneerd) hadden. In een lange sliert, in elkaars verlengde, marcheren zij richting uitgang, of stappen over. Dán pas mogen en kunnen wij - de nieuwe lading, letterlijk ‘de plaatsvervangers' - naar binnen.
Te dicht op elkaar
Steeds meer onbestemde reizigers betreden hun gezamenlijke vervoersmiddel, terwijl geen van allen graag (te) dicht op zomaar iemand anders staat (of zit). Toch vraagt men elkaar in te dikken - iedereen wil immers terug naar of weg van huis; in ieder geval ergens heen. Het veelvoud aan medepassagiers, of nog algemener eigenlijk: soortgenoten, werkt onverschilligheid in de hand. Elk waarneembaar onderscheid valt weg tegen de grote hoeveelheid min of meer gelijkvormige, naamloze lichamen, die het individu stuk voor stuk omringen. Desondanks is niemand in de coupé, van bovenaf bezien, uitsluitend binnen- òf buitenkant - tegelijkertijd vervullen we, zonder uitzondering, beide rollen, ‘zij' (de rest) én ik. Helaas blijkt hier onderling weinig van, daar de enkeling ertoe neigt het eigen standpunt te verabsoluteren (tegendeel van relativeren), ten koste van het zelfoverstijgende perspectief. Dat wil zeggen: inzien dat anderen net zo echt ‘ik' zijn als ‘jij'.
Elke 20 seconden..
Boven een stel bankjes, bevestigd aan een wand van plexiglas, hangt een billboard, met de boodschap: ‘Elke 20 seconden sterft er een kind...' Waarom voelen zo weinigen zich echt betrokken, bij het wel en wee, bij het existeren überhaupt, van zulke noodlottige minderjarigen? En waarom trekken wij ons zo weinig van elkaar, het overige treinvolk, aan? Het probleem: een dergelijke verhouding tot derden (naast ich und mich - Nietzsche), is voor velen te onpersoonlijk, te abstract, te onbepaald. Daarom is het tegenwoordig zo belangrijk een geprononceerde persoonlijkheid te hebben. De etymologische herkomst van het begrip ‘persoon' is masker. Bij een ontmoeting met nieuwe mensen, is er dus sprake van ‘kennis-making': iemand wordt kenbaar, tot kennis gemaakt. Zowel in de conventionele zin van (1) ‘iets waarvan je het zijne of hare weet', als (2) ‘een persoon die niet langer zomaar iemand is'. Met andere woorden: deze of gene, hij of zij, is tevoorschijn (ge)treden uit het vreemdelingenlegioen, vanuit de achter- naar de voorgrond, van toevallige passant en voorbijganger tot acteur, tot speler in het drama van ons leven.
Masker
Dat is ook de reden waarom we zeggen: Laat mij je voorstellen aan... Voorstellen wil zeggen: ver-beeld-en, tot een beeld maken; een masker dat je voortaan kunt ‘her-kennen'. Als we mensen slechts in een flits zien, een kortstondige momentopname, dan hebben we aanvankelijk te maken met degene ‘achter' het masker. Oftewel: de blinde vlek in ons gezichtveld (een soortgenoot die in geen enkel relevant opzicht te onderscheiden valt van willekeurig wie dan ook, behalve negatief, van hen die hun gelaat al in jouw hoofd geprent hebben, zoals familieleden en vrienden). Dit (‘onmaskeerbare' of ‘ongemaskerde') is een X*, iets dat alle mensen gemeen hebben, en derhalve dus onvoorstelbaar. En als wij iets of iemand niet letterlijk of figuurlijk ‘voor ons kunnen stellen', om hem of haar een rol, een masker toe te bedelen, dan is er voor de meesten geen mogelijkheid tot contact, tot interactie. Zodoende komen we onze ver-vreemding (‘iemand' is spreekwoordelijk of geografisch ver, vreemd, en dus in feite een object met ongeveer dezelfde status als een ‘ding') niet te boven.
Papier maché
Onze gezichten zijn als papier-machémodellen - maar dan altijd in wording, nooit helemaal af. Opgebouwd uit vele laagjes, die steeds opdrogen en geverfd worden. Pas als we door dit (geknutselde) zelfbeeld in de spiegel heen kunnen kijken - het kunnen ‘afzetten', ‘afschminken', ‘afpellen' - blijkt dat we eigenlijk allemaal hetzij geen gezicht-, hetzij hetzelfde gezicht(svermogen) hebben. Boeddhisten noemen die onderliggende vorm (waaromheen laagjes ‘mentaal papier' gewikkeld en gedrapeerd worden), het ‘bewustzijnssubstraat' of ‘substraatbewustzijn. Dat gaat nog vooraf aan het fenomeen, aan de ervaring van het persoon-zijn, ik-zijn, zelf-zijn als zodanig.
Begrip
Het opmerkelijke is dat wanneer je weer inzoomt op een eigen-aardig en zelfstandig individu, in plaats van de krioelende mierenhoop van een afstand te bekijken, dat je dan vrijwel altijd toch begrip kunt opbrengen, en sympathie, voor dat zo-even louter getalsmatig opgevatte lichaam. Met dit ‘inzoomen' bedoel ik: jezelf engageren in een private ontmoeting, een bijzondere, kleinschalige relatie. Die voormalige ‘wazige inktvlek' die je bij de psycholoog moet beschrijven wordt werkelijkheid, komt tot leven, blijkt van vlees en bloed te zijn - waardoor letterlijk ‘inleving' tot de mogelijkheden gaat behoren.
Het is zodoende zaak onszelf bij herhaling uit onze kunstmatige kern te stoten (gelijk atomen), door te ‘botsen' met andermans kern(en), oftewel: verbinding leggen met het bewustzijn van een in ruimte en tijd unieke evenmens.
* (voor geïnteresseerden): ongedifferentieerd, homogeen in plaats van heterogeen, non-discrimineerbaar.
Social media
| Tweet |
Laatste artikelen
- Jeroen leest: Aung San Suu Kyi
- 02-02
-
- In 1988 keerde Aung San Suu Kyi terug naar Birma, met als aanleiding haar zieke moeder. Het resultaat van haar terugkeer: een revolutie.
- Zelfcompassie: Interview met Kristin Neff
- 26-01
-
- Dat zelfcompassie de sleutel is naar geluk, weet psychologe en boeddhist Kristin Neff (1966) als geen ander. Daarom schreef ze er een boek over: Zelfcompassie, stop jezelf te veroordelen
- Op pad met Trix….naar de Shambhala inspiratiedag
- 19-01
-
- Als we onszelf met zachte aandacht terugbrengen naar het hier en nu, zijn we wakker. Op dat moment is bodhicitta aanwezig: ‘ontwaakt hart’.
- Ferry's radiocolumn: de waarde van een mensenleven
- 12-01
-
- Wat is de waarde van een mensenleven? Om een lang verhaal kort te maken: die is eigenlijk alleen uit te drukken in tijd. Maximaal zo'n 100 jaar dus. En aangezien tijd een verzinsel van de mens is, geldt dat evenzeer voor de waarde van een mensenleven.
- Fedde luistert naar: Lama Jigmé Namgyal
- 30-01
-
- 'Wat denk je mee te kunnen nemen? Je auto? Je creditcard? Spirituele beoefening is het enige waar je aan het eind van je leven wat aan hebt'
- Jacinta in NZ: niet gemaakt om alleen te zijn
- 23-01
-
- 'Het voelt fijn om er niet alleen voor te staan, maar hand in hand het avontuur aan te gaan. Maar dan vraag ik mij af: ben ik afhankelijk van hem geworden voor mijn geluk, of heb ik gewoon de ware gevonden?'
- Op zoek naar vrijheid
- 16-01
-
- Vrij zijn willen we allemaal wel, graag zelfs. Het is dan ergens ook niet verrassend dat we onze vrije tijd – voor Fedde was het de zomervakantie – gebruiken om verder te zoeken naar vrijheid.
- Uit BoeddhaMagazine: Miksang; het goede oog
- 09-01
-
- Met elke nieuwe uitgave van BoeddhaMagazine plaatst Bodhitv een artikel uit dit kwartaalblad. Dit keer een interview met Miksang-fotografe en leraar Helen Vink.

Reacties op dit artikel
Reageer
Om te reageren moet je ingelogd zijn.
Meld je aan op de registratiepagina of log in.